
Vlamingen zijn slecht in het afbreken van oude, vervallen huizen. Locatie: Westmeerbeek. Stoppen, camera pakken en fotograferen. Dat levert een klassiek stilleven op.


Vlamingen zijn slecht in het afbreken van oude, vervallen huizen. Locatie: Westmeerbeek. Stoppen, camera pakken en fotograferen. Dat levert een klassiek stilleven op.


Het was een dag waarbij de sneeuw iedereen overviel. Geen dikke laag, nèt genoeg voor een bijzondere plaat van een afbraakhuis. De aanblik hiled het midden tussen heel mooi en sinister. Er hing een merkwaardige sfeer toen ik het huis naderde via een pad dat bestond uit oude modder en verse sneeuw. Het spookhuis van Sas van Gent, december 2007.

De gitaar lag op de achterbank van mijn Alfa Romeo en ik wandelde ergens met Hans Bouwens, bekender als George Baker, in een park. Ga even zitten, zei ik en dat deed hij. Compleet met een song, ik weet niet meer welke.

In 1969 hing de Hasselblad als trouwe kameraad rond mijn schouder. Het was nog de tijd van de donkere kamer, experimenteren met papier en afwachten wat er gebeurde. Ik weet nog dat het meisje Els heette en dat ik de foto maakte toen ze langs het IJsselmeer slenterde. Dat er veel in de donkere kamer is gebeurd, zal duidelijk zijn.

In de schoot geworpen. Ik stopte op een parkeerplaats bij de bossen. Eén blik en ik had de foto die ik wilde. Ik heb daarna alleen nog gewandeld, want er was niets dat ik nog wilde fotograferen na het aanschouwen van dit fantastische stilleven. Minimaal bewerkt, was ook niet echt nodig.

Tussen de schilderijen die ik nog geëxposeerd wist te krijgen ook. Later sloeg ik ze op in een vochtige kelder en vervolgens konden ze de container in.


Mijn zusje speelde al snel voor model. Altijd lief en geduldig. Nog een keertje rennen, vroeg ik. Ze lachte. Ik weet nog dat ik fotografeerde met een Asahi Pentax S1. Ik ontwikkelde de film langer dan normaal, want ik belichtte altijd héél kort. Had ik geleerd van iemand uit Fotogroep De Muggen uit Haarlem. Ook het afdrukken. Foto’s moesten sprekend zijn. Diepzwart èn spierwit, geen sluier in het wit. Tegen alle regels in soms meer dan tien minuten in de ontwikkelbak. In de donkere kamer naast de werkplaats van mijn vader. Hij kon mij horen juichen als het goed ging en zuchten als het niet lukte.


In 1977 fotografeerde ik Rob de Nijs. Van het negatief van mijn Hasselblad maakte ik een dubbeldruk met een hand. Een kraspen deed de rest.
